Kunstgeschiedenis


De magie van de muze

In de tijd van Homerus kende men negen godinnen die de inspiratie en bescherming vormden voor de algemene kunsten en wetenschappen. Zij werden de muzen genoemd.
Tijdens de renaissance voerden veel beeldend kunstenaars deze godinnen graag ten tonele op. Maar niet alleen deze Griekse godinnen inspireerden kunstenaars, ook diverse vrouwen van vlees en bloed werden in de schilder- en beeldhouwkunst met begeestering vereeuwigd.
Men kan hierbij denken aan de beide echtgenotes van Rubens, Rembrandt en zijn Saskia, maar ook aan een factory girl als Edie Sedgwick, die een belangrijke inspiratie vormde voor Pop Art-kunstenaar Andy Warhol.

In deze cursus van 5 colleges wordt ingegaan op het belang van de vrouwelijke muze voor de beeldend kunstenaar vanaf de 17e eeuw tot en met het heden.
Namen die hierbij worden behandeld zijn: Gala Dalí (vrouw van Salvador Dalí), de balletdanseres Olga Khoklova en de andere vrouwen van Picasso, Madame de Sabatier (die model stond voor diverse kunstenaars uit de 19e eeuw, waaronder Eugène Delacroix), Mathilde Willink en Lizzie Siddal, het favoriete model van kunstenaarsgroep de Preraphaëlieten.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (5 lessen)
 Data :   29 september, 6, 13 20 oktober en 3 november
 Kosten :   € 75,00


Vrouwen in de kunst 3

Beeldend kunstenaars in de 19e en 20e eeuw mochten zich verheugen op een grote schare bewonderaars uit met name de welgestelde en culturele kringen. Zo was bijvoorbeeld de bewondering voor Picasso in de jaren dertig van de vorige eeuw zo groot dat hij van de Spaanse Republikeinse regering de opdracht kreeg een monumentaal schilderwerk te maken voor de wereldtentoonstelling van 1937.
Hoewel afhankelijk verguisd, wordt Guernica, tegenwoordig gezien als het magnus opus van de Spaanse meester. Minder bekend is dat de minnares van Picasso, de beeldend kunstenaar en fotograaf Dora Maar, een belangrijke bijdrage leverde aan dit schilderij.
Het langverwachte vervolg van Vrouwen in de kunst 2, Vrouwen in de kunst 3, zal naast deze krachtige kunstenares en haar imposante werk, aandacht besteden aan vijf andere vrouwelijke kunstenaars die in tegenstelling tot hun manlijke collega’s vaak in de vergetelheid zijn geraakt.
De kunstenaars die in chronologische volgorde aan bod zullen komen zijn:
Berthe Morisot, impressionistisch schilder van het eigentijdse leven
Suzanne Valadon, begon in de laat negentiende eeuw als schildersmodel en ontwikkelde zich tot een postimpressionistisch kunstschilder van onder meer bloemstillevens en naakten.
Dora Maar, kubistisch schilder en fotograaf van onder andere Picasso en zijn werk.
Georgia O’Keeffe, bekend van haar kubistisch-realistisch werk, waaronder haar geabstraheerde bloemen.
Tamara de Lempicka, een belangrijke vertegenwoordiger van de art deco.
Gunnell Wåhlstrand, hedendaags foto-realistisch kunstenaar bekend van de weergave van haar familiealbum.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (6 lessen)
 Data :   10, 17 en 24 november en 1, 8 en 15 december
 Kosten :   € 90,00


Dat is geen kunst!!!


Na een eeuwenlange dominante aanwezigheid van de klassieke of academische kunst, schudde de kunstwereld halverwege de 19e eeuw op haar grondvesten met het tentoonstellen van Édouard Manets Le Dejeuner sur l’herbe. Dit geschilderde schandaal van 208 x 264 cm toont een picknick van twee modieus geklede mannen, een halfnaakte en een naakte vrouw.
Dit werk riep bij de in grote getale toegestroomde menigte in de Salon des Refusés een storm van protest op.
De voorstelling op de voorgrond met de drie figuren toonde duidelijk een verwijzing naar Rafaels Het oordeel van Paris. Hoe kon een Frans kunstenaar zo’n wereldberoemd werk verkwanselen voor zijn eigen aanstootgevende schildering, zo was de algemene mening.

Dit klassieke voorbeeld laat zien hoe kunst de gemoederen bezig kan houden en hoe de smaak rondom esthetiek kan veranderen. Deze zesdelige collegereeks zal ingaan op een reeks markante voorbeelden waarbij kunst in al haar facetten onderwerp van gesprek werd bij connaisseurs en het grote publiek. Hierbij moet worden gedacht aan opzienbarende kunstuitingen zoals het urinoir van Duchamp, Nana Hon van Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle, de pornografische billboards van Jeff Koons en de graffitiprojecten van Banksy op de Westelijke Jordaanoever.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (6 lessen)
 Data :   19, 26 januari, 2, 9, 16 en 23 februari
 Kosten :   € 90,00


Kindervreugd en Kattenkwaad

Wie tegenwoordig door de stad loopt of fietst, kan zich erover verbazen dat hij of zij nog maar weinig spelende kinderen op straat ziet. Nog niet zolang geleden waren straten en stoepen het domein van kinderen die allerlei spelletjes deden zoals hoepelen, tollen, diefje met verlos en knikkeren.
Veel spelletjes kennen een eeuwenoude geschiedenis. Een prachtig voorbeeld hiervan is te zien op het schilderij De Kinderspelen uit 1559-1560 van de Vlaamse kunstenaar Pieter Bruegel.
Hierop is een stadsplein te zien vol spelende kinderen met daarbij een gedetailleerd overzicht van kindervermaak. Ook kinderen zelf konden inspiratie voor de schilderkunst zijn. Kinderportretten waren een geliefd genre met name in de Nederlandse schilderkunst van de Gouden Eeuw.
De geportretteerde kinderen tonen zich vaak aan de toeschouwer als kleine volwassenen. Een meer natuurlijk portret van het kind ontstond echter pas in de laat negentiende eeuw om in de twintigste eeuw als volwaardig gezinslid geaccepteerd te worden, getuige de schilderijen die Jan Sluijters, Kees van Dongen en Pablo Picasso van hun kinderen maakten.

In de vierdelige reeks kunstcolleges passeren een groot aantal kinderportretten en kunstwerken waarop kinderen verdiept zijn in hun bezigheden de revue.
Centraal staat de kunst gemaakt tussen de 16e eeuw en de hedendaagse tijd.
Naast de kunstwerken zal ook worden ingegaan op de opvoeding en scholing van kinderen door deze eeuwen heen.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (4 lessen)
 Data :   9, 16, 23 en 30 maart
 Kosten :   € 60,00


Van de Hof van Eden tot Central Park

Toen God de eerste mensen had geschapen woonden zij samen met de dieren in een paradijselijke tuinomgeving. Men kan dan ook wel spreken over Adam als de eerste tuinman die de verantwoordelijkheid had over de flora en fauna. Het Midden Oosten kent meer voorbeelden van oogstrelende tuinen die alom geroemd werden.
De hangende tuinen van Babylon, zo gaat de overlevering, vertellen hoe hoge muren bekleed waren met planten en bloemen. De tuinen waren zo bijzonder dat zij als één van de zeven wereldwonderen werden aangeduid.
In de middeleeuwen was sprake van een bescheiden tuin vol geneeskrachtige kruiden en gewassen, aangelegd door monniken om de zieken en de zwakken te genezen.
De weelderige tuinen uit de Oudheid keren weer terug in de renaissance. Een mooi voorbeeld van een tuin die omwille van zijn weelderigheid en geometrische opzet in heel Europa geroemd werd, was de tuin, of beter gezegd de tuinen van Versailles ontworpen door André Le Nôtre en graaf Caraman.
Hier kreeg niet alleen de natuur een hoofdrol maar ook de diverse beeldhouwwerken en fonteinen.
In de negentiende eeuw ontwikkelde de tuin zich tot een park in landschapsstijl waarin de bezoeker kon genieten van vergezichten en grote natuurlijk ogende waterpartijen met bijbehorende bruggetjes en theekoepels.

De vierdelige cursus geschiedenis van de tuinarchitectuur behandelt de vele verschijningsvormen van de tuin van de vroege oorsprong tot en met de moderne stadsparken.
Aan bod zullen komen; de architectuur en beplanting van de tuinen en de ontwerpers.

Bij voldoende belangstelling kan worden deelgenomen aan een excursie naar de tuinen van Kasteel Groeneveld.
 
 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (4 lessen)
 Data :   13 april, 4, 11 en 18 mei
 Kosten :   € 60,00


Informatie en/of aanmelden:

Docente: drs. Diana Kostman
U kunt zich voor de cursus aanmelden via
info@artemisomnibus.nl of telefonisch op 06-14354048.

Zie ook
www.artemisomnibus.nl