Kunstgeschiedenis


Wie het kleine niet eert 2

Na de grote belangstelling voor de cursusreeks "Wie het kleine niet eert" in 2017, is het dit najaar tijd voor een vervolg.
Ook ditmaal komen kleine maar niet minder belangrijke Nederlandse musea voor het voetlicht.

De eerste les zal ingaan worden op het Van Abbemuseum in Eindhoven, een spannende collectie op het gebied van de moderne kunst.
In de tweede les zoeken we het noordelijker op en komen we aan in Amstelveen waar industrieel en verzamelaar Jan van der Togt, bekend van de Tomado fabrieken, een intiem museum liet bouwen voor zijn indrukwekkende collectie glaskunst en moderne beeldende kunst.
In de derde les blijven we dichtbij huis met een virtueel bezoek aan de markante voormalige villa "De wilde zwanen" van het kunstminnend echtpaar Anna en William Singer.
In de lessen vier en vijf besteden we aandacht aan twee recent opgerichte musea.
Allereerst komt No Hero in Delden aan bod, waar gekozen is voor een internationale brede blik op kunst.
We sluiten af met een smakelijk overzicht van de Dirk van den Broek-collectie in LAM in Lisse die het thema voedsel in de kunst omvat.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (5 lessen)
 Data :   28 september, 5, 12, 19 en 26 oktober 2019
 Kosten :   € 75,00


Hollandse kunststeden uit de Gouden Eeuw

Waar denkt u aan bij de schilderkunst van de Gouden Eeuw? Velen van u zullen al gauw de Eregalerij van het Rijksmuseum voor ogen hebben, met de prachtige olieverfschilderijen van de Hollandse meesters Rembrandt, Frans Hals en Johannes Vermeer. Daarbij wordt wel eens vergeten dat deze meesterlijke penseelvirtuozen gevormd zijn door de steden waarin zij woonden en werkzaam waren. Zo beleefde Rembrandt zijn vormende jaren in de sleutelstad Leiden en is hij meesterschilder geworden in de belangrijkste stad van de Republiek, Amsterdam.

Frans Hals bouwde voorzichtig zijn bloeiende schildersloopbaan op in de stad Haarlem en maakte Vermeer gebruik van het Delftse diffuse licht dat via de ramen zijn atelier binnen viel. Tenslotte raakte een groep Utrechtse schilders onder de invloed van de Italiaanse barokmeester die de beheersing van het majestueuze licht-donkereffect tot de kracht van zijn schilderijen maakte, zij werden de Utrechtse Caravaggisten genoemd.

In deze vijfdelige collegereeks komen deze vijf kunststeden aan bod. De eerste les zal Haarlem voor het voetlicht treden. De Spaarnestad, waar dankzij de vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, een begin werd gemaakt met de triomftocht van de schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Namen die hierbij kunnen worden genoemd, zijn portretschilder Johannes Verspronck en het schildersechtpaar Jan Miense Molenaer en Judith Leyster. 

Leermeester van vele kunstenaars, Pieter Lastman en portretschilders Ferdinand Bol en Govaert Flinck zijn voorbeelden van grootmeesters van de Amsterdamse schildersschool die tijdens de tweede les langs zullen komen.

Na Noord-Holland dalen we af naar de provincie Zuid-Holland waar in les drie een aantal schilders uit de textielstad Leiden centraal zal staan, waaronder Jan Lievens, en de fijnschilders Gerard Dou en Frans van Mieris.

Hierna volgt de Oranjestad Delft dat naast de onvolprezen meester Johannes Vermeer ook binnen zijn stadsmuren huisvestte: Pieter de Hooch met zijn sfeervolle interieurscènes en Carel Fabritius, één van Rembrandts meest getalenteerde leerlingen, bekend van het lieflijke "Het Puttertje."

Wij sluiten af met de Domstad Utrecht waar Hendrick ter Brugghen, Dirck van Baburen en Gerard van Honthorst grote naam maakten met hun imponerende taferelen vol menselijke emotie.

Deze collegereeks vormt een prima voorbereiding op de tentoonstelling "Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer" in het Prinsenhof in Delft van 11 oktober 2019 tot en met 16 februari 2020.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (5 lessen)
 Data :   9, 16, 23 en 30 november en 7 december 2019
 Kosten :   € 75,00


De kracht van kleur. Over het gebruik van kleuren in de beeldende kunst.

Waarschijnlijk bent u wel eens in het British Museum of het Louvre geweest en heeft u daar geheel witte marmeren beelden uit de Griekse of Romeinse Oudheid gezien. De kans is groot dat u daar niet van opkeek, want ons beeld over de Klassieke Oudheid is sterk door deze witte representatie bepaald. Hoe anders was de werkelijkheid.
Veel godenbeelden waren voorzien van intense kleuren om deze nog imposanter te maken.
Ook de kunstenaar uit de Oudheid wist wat de kracht van kleur was.

Sindsdien hebben beeldende kunstenaars uit vele stromingen zich door kleur laten inspireren;
de middeleeuwers met hun prachtige glas-in-loodvensters, de gebroeders van Eyck met hun olieverftechniek of de warme kleuren van de Venetiaanse renaissancekunstenaar Titiaan. Aan het einde van de 19e eeuw wisten de impressionisten en expressionisten door complementair kleurgebruik hun schilderijen nog dynamischer te maken.

In de hedendaagse kunst speelt kleur nog altijd een prominente rol. Denk bijvoorbeeld aan de Indiaas-Engelse kunstenaar Anish Kapoor die zelf het intens zwarte pigment Vantablack liet registreren voor exclusief gebruik door hem. In De kracht van kleur neem ik u mee op deze kleurrijke reis door de kunstgeschiedenis in zes lessen.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (6 lessen)
 Data :   25 januari, 1, 8, 15, 22 en 29 februari 2020
 Kosten :   € 90,00


Door kunstenaars gekleed- Mode in de kunst en kunst in de mode.

Wanneer we naar verstilde portretten kijken uit bijvoorbeeld de 17e eeuw, verbazen wij ons vaak over de prachtig uitgebeelde kleding van de dames en heren van hoge komaf. Zo tonen de geportretteerden ons prachtig uitgebeelde glanzende satijnen rokken, imposante molensteenkragen, verfijnde details in het kantwerk of zeer delicaat geschilderde patronen.
Door deze portretten maar ook andere genres in de schilderkunst krijgen we een aardig beeld van de steeds veranderende mode in de kleding door de eeuwen heen.

In de 20e eeuw wordt daar een extra dimensie aan toegevoegd, wanneer de couturier en de beeldend kunstenaar elkaar steeds vaker beginnen op te zoeken en onderling beginnen te beïnvloeden.
Denk hierbij aan de oogstrelende stofontwerpen van Raoul Dufy, de kleurrijke kledingontwerpen van Sonia Delaunay, maar ook de beroemde samenwerking tussen de excentrieke Salvador Dalí en de eigenzinnige Elsa Schiaparelli die samen de Kreeftenjurk ontwierpen, een buitengewoon verrassende jurk die bekend is geworden omdat deze gedragen werd door de geliefde van Koning Edward VIII, de Amerikaanse socialite Wallis Simpson.

Deze cursus bestaat uit vier lessen waarin in iedere les aandacht zal zijn voor markante voorbeelden van kledingstijlen door de eeuwen heen.

 Tijd :    Zaterdag van 10.30 uur tot 12.00 uur (4 lessen)
 Data :   14, 21, 28 maart en 4 april 2020 
 Kosten :   € 60,00


De vier jaargetijden in de West-Europese kunst vanaf 1500

In 1723 voltooide de Italiaanse componist Antonio Vivaldi zijn meesterwerk Le Quattro Stagioni (De Vier Jaargetijden), vier opeenvolgende magistrale vioolconcerten die een ode brengen aan de wisselende seizoenen.
Hij was zeker niet de eerste kunstenaar die zich door het verstrijken van de seizoenen heeft laten inspireren, want ook in de beeldende kunst van West-Europa zijn hier talloze voorbeelden van te vinden.


De jaargetijden stonden symbool voor de levenscyclus van geboorte (lente) tot aan de tijdelijke verstilling (winter). Deze symboliek wordt door diverse kunstenaars variërend van Caspar David Friedrich tot Alphons Mucha en Edvard Munch uitgebeeld. Zo zijn in de genrekunst, waarin het alledaagse leven centraal staat, voorbeelden te zien van de dagelijkse activiteiten die tijdens de eeuwig terugkerende seizoenen plaatsvinden.
Zo heeft de Vlaamse kunstenaar Pieter Bruegel d.o. een realistische weergave gegeven van een boerengemeenschap die met noeste arbeid het land klaarmaakt voor de naderende lente.

Een paar eeuwen later schilderde Nicolas Baur een voor zijn tijd zeer aanstootgevende schaatswedstrijd voor vrouwen op de bevroren stadsgracht van Leeuwarden die op 21 januari 1809 daadwerkelijk plaats had gevonden. Deze en andere voorbeelden passeren de revue tijdens de uit vier kunstcolleges bestaande reeks over een thema waar veel kunstenaars uit heden en verleden inspiratie uit putten.




Toen God de eerste mensen had geschapen woonden zij samen met de dieren in een paradijselijke tuinomgeving. Men kan dan ook wel spreken over Adam als de eerste tuinman die de verantwoordelijkheid had over de flora en fauna. Het Midden Oosten kent meer voorbeelden van oogstrelende tuinen die alom geroemd werden.
De hangende tuinen van Babylon, zo gaat de overlevering, vertellen hoe hoge muren bekleed waren met planten en bloemen. De tuinen waren zo bijzonder dat zij als één van de zeven wereldwonderen werden aangeduid.
In de middeleeuwen was sprake van een bescheiden tuin vol geneeskrachtige kruiden en gewassen, aangelegd door monniken om de zieken en de zwakken te genezen.
De weelderige tuinen uit de Oudheid keren weer terug in de renaissance. Een mooi voorbeeld van een tuin die omwille van zijn weelderigheid en geometrische opzet in heel Europa geroemd werd, was de tuin, of beter gezegd de tuinen van Versailles ontworpen door André Le Nôtre en graaf Caraman.
Hier kreeg niet alleen de natuur een hoofdrol maar ook de diverse beeldhouwwerken en fonteinen.
In de negentiende eeuw ontwikkelde de tuin zich tot een park in landschapsstijl waarin de bezoeker kon genieten van vergezichten en grote natuurlijk ogende waterpartijen met bijbehorende bruggetjes en theekoepels.

De vierdelige cursus geschiedenis van de tuinarchitectuur behandelt de vele verschijningsvormen van de tuin van de vroege oorsprong tot en met de moderne stadsparken.
Aan bod zullen komen; de architectuur en beplanting van de tuinen en de ontwerpers.

Bij voldoende belangstelling kan worden deelgenomen aan een excursie naar de tuinen van Kasteel Groeneveld.
 
 Tijd :    Zaterdag van 10.00 uur tot 11.30 uur (4 lessen)
 Data :   18 en 25 april, 2 en 9 mei 2020
 Kosten :   € 60,00


Informatie en/of aanmelden:

Docente: drs. Diana Kostman
U kunt zich voor de cursus aanmelden via
info@artemisomnibus.nl of telefonisch op 035-8884795.

Zie ook
www.artemisomnibus.nl